geschiedenis

 

 

geschiedenis


Klik hier om naar een grote versie te gaan

Tot de 12e eeuw was het oosten van Brabant onbedijkt gebied. De Maas kon 's winters vrij stromen in haar natuurlijke winterbed. De waterstanden bleven laag omdat het stijgende water zich over grotere oppervlakten kon verspreiden.
Ook was de hoeveelheid water gering. Er viel minder regen dan tegenwoordig en de uitgestrekte bossen in het stroomgebied hielden veel overtollig water vast.
De Maas mondde bovendien rechtstreeks uit in de Zeeuwse wateren.

Na 1200 veranderde veel. De bevolking nam toe en er was een groeiende behoefte aan landbouwgrond. De afvoer nam in die tijd ook toe. Er viel meer regenwater dat door steeds minder bossen kon worden vastgehouden. Ook werd de bedding van de Maas door mensen verlegd, zodat de Maas en de Waal samenkwamen bij Woudrichem. De Waal zorgde voor hogere waterstanden op de Maas, ook 's zomers. Door het aanleggen van dijken moest het Maaswater door een veel nauwere bedding, en er kwam veel meer regenwater dat ook niet weg kon door de hoge waterstanden op de Waal.

Boven Grave werd er niet of nauwelijks meer bedijkt. Er lag een aantal natuurlijke hoge oevers bij Gassel, Linden en Cuijk. Het water stroomde wel eens tussen die overwallen door, maar dat was geen probleem voor de landbouw. De stroomruggen, oeverwallen en donken waarop de mensen woonden bleven 's winters droog.

In de Maaskant begon men met het bouwen van kerken en kloosters. Deze werden soms op een terp gezet. De mensen verhoogden dan de grond voordat ze gingen bouwen. Hier en daar zijn deze verhogingen nog te zien die door mensen zijn aangelegd. Na een tijd waarin de terpen te Klein. De dorpen groeiden en er was niet meer genoeg plek op de verhoging. de Maaslanders begonnen met de aanleg van kleine waterkeringen. Deze eerste dijkjes moesten het Maaswater tegenhouden. De dijkjes waren aangelegd rond het dorp. Zo was ieder dorp een Klein poldertje.

Kloosters

Om ervoor te zorgen dat de landbouwgronden in de lente en zomer droog genoeg waren voor landbouw, legden de mensen dijken aan. Het bedijken van het gebied begon in het lager gelegen westen van het land. Ook de Maaskant werd vanaf die tijd bedijkt. De dijken waren nog niet zo hoog als nu, maar hoog genoeg om in de zomer het water te keren.

Zo ontstond een langgerekte dijk die evenwijdig langs de hele rivieren liep en die de dorpen met elkaar verbonden. Zo bleef ook het oude winterbed drogen en konden daar ook gewassen verbouwd worden en huizen gebouwd. Het nadeel van die aaneengesloten dijk was dat het waters winters een veel nauwer bedding moest volgen en dat de waterspiegel dus hoger kwam dan vroeger. Ook kon de rivier niet meer vrij meanderen. De buitenbochten van de rivier werden dan ook zwakke plekken. Ook het drijfijs op de Maas werd gevangen tussen de dijken, zodat er grote proppen met ijs ontstonden, waardoor het water nog hoger steeg.

polders

De bewoners aan de dijk waren vaak verantwoordelijk voor het onderhoud van de dijken. Er ontstonden waterschappen. Daarin namen de bewoners van een polder deel die de waterhuishouding van een gebied gingen beheersen.

Er werden afwateringskanalen gegraven, zoals de Hertogswetering. Zo kon het teveel aan water in de zomer en winter gemakkelijk uit de polders stromen. En er werden sluisjes en gemalen aangelegd die het water uit de polder konden pompen.

Zo werd er steeds meer samengewerkt door de Maaslanders in de strijd tegen het water. Maar soms zaten ze elkaar ook de dwars. Om de eigen polder te beschermen bouwden ze dwarsdijken, zoals bij Haren. Daar waren ze in het land van Ravenstein niet blij mee. Lees meer op de pagina 'In de buurt' over de Groenendijk .

Overlaat

De regering in Den Haag bemoeide zich met de waterhuishouding in Noordoost-Brabant. Een lage plek in de dijk tussen Katwijk en Cuijk en tussen Gassel en Linden zorgde ervoor dat de rivier bij hoge waterstanden vanzelf overliep. Het water volgde dan de oude stroombedding die het had voor de dijken. Bij Den Bosch kon het water de Dieze instromen naar de Maas.

Grote gebieden in Noordoost-Brabant komen daardoor 's winter blank te staan. Het voordeel is dat de grond een vers laagje vruchtbare klei krijgt, maar voor landbouw en bewoning is het gebied ongeschikt. In de droge periode kan is alleen veeteelt mogelijk en er kan gehooid worden. Het water zet ook het gebied rond de vestingsteden Grave en Den Bosch blank. Deze steden waren daarom beter beschermd tegen vijandelijke legers.

Nieuwe plannen

De wateroverlast in de streek was groot. De noodoverloop werkt lang niet altijd en regelmatig zijn er overstromingen als gevolg van dijkdoorbraken. Ook in Den Haag ziet in dat er langzamerhand iets moet gebeuren is er worden plannen gemaakt. Maar deze plannen verdwijnen net zo snel weer in de ijskast.

Pas in de 18e en 19e eeuw worden maatregelen genomen. Het water van Maas en Waal moeten worden gescheiden, want als de Waal hoger staat, kan de Maas haar water ook niet kwijt.

Enkele stroomgaten tussen Maas en Waal worden dichtgemaakt en eind 19e eeuw wordt de Bergse Maas gegraven, die haar water op het Hollands Diep kan lozen. Maar het zal niet genoeg zijn ... de Beers blijft voorlopig nog wel even nodig. Intussen worden wel de vestingen rond Den Bosch en Grave ontmanteld. En er wordt een spoorlijn aangelegd zodat de overlaat tussen Katwijk en Cuijk dichtgaat. De steden willen uitbreiden, maar het water blijft elke winter terugkomen.

Sluiting

Na 1920 verandert er eindelijk wat. 1926 is het laatste jaar dat een dijk het begeeft. Er komt een plan van ingenieur Lely om de Maas te kanaliseren, de vele bochten worden afgesneden. Zo kan het water beter worden afgevoerd en ontstaan er ook minder ijsdammen. Ook komen er stuwen die de hoogte van het water kunnen regelen, onder andere bij Lith en bij Grave.

De Maaswerken hebben resultaat. Er ontstaat een betere afvoer en het gevaar voor overstromingen neemt af. De overheid besluit om de Beerse overlaat buiten werking te stellen. Intussen is de oorlog uitgebroken, maar in 1942 wordt de dijk tussen Gassel en Linden definitief opgehoogd. De Beerse overlaat bestaat niet meer ...

literatuur:

Van den Grave aff totter Diezen toe.
1307-1996; Bijna 700 jaar waterschappen in het Maasland - H.G.J. Buijks

's-Hertogenbosch waterstad

Een historische verkenning
D. Hoogma en A. Steketee
1996
Den Bosch Adr. Heinen Uitgevers
ISBN: 9070706-17-2


Rosmalen was een ellendig land
H. de Werd
1982
Zaltbommel

Multicontent
copyright beerseoverlaat.nl 2008
Free counter and web stats